18e – 19e eeuw

Het orgel werd in 1741 door Christian Müller als huisorgel gebouwd en door Herman Eberhard Freijtag in deze kerk geplaatst.

De laatste overlevende van de Oosterwijtwerder tak van de Ripperda’s Margaretha Elisabeth Ripperda overleed op 23 februari 1738 op 71 jarige leeftijd.
Op het gedenkbord staat ook nog de tekst: “obiit 29 dec.1719″ . Dit gedenkbord blijkt een overgeschilderd rouwbord, dat aanvankelijk voor Josina Maria Ripperda – haar moeder – was gemaakt. Josina overleed op 29 december 1719.

Op 18 december 1845 werd in de ochtenddienst het kabinetorgel ingewijd. In de handelingen van de kerkeraad wordt hier over verslag gedaan. “De plegtigheid door een talrijke van elders zaamgekomen schare opgeluitsterd, liep tot aller genoegen af”
Het orgel werd daarbij bespeeld door Herman Eberhard Freijtag, orgelmaker in Groningen, die er ook voor gezorgd had dat het orgel in de kerk geplaatst werd.

Vermoedelijk was het orgel afkomstig uit Rasquert, daar op 31 maart 1845 in de Provinciale Groninger Courant een huis-orgel groot 12 registers, 6 1/2 octaaf, 300 sprekende pijpen en zeer geschikt voor een kleine kerk te koop werd aangeboden. (zie Groninger Kerken dec 1996)

In 1855 werd het koorhek aangebracht.

In 1895 wijzigde de orgelmaker Doornbos het orgel en voorzag het van de huidige kas. Hij voegde een Prestant 4 voet en een Viola da gamba toe (Volgens Groninger kerken werd dat echter door Proper uit Kampen gedaan die ook de dispositie van het orgel zou wijzigen.)

De grote koperen tweemaal achtlichts bolkroon werd in 1837 geschonken door Hendrik Harms Dam, naar men zegt uit schuldgevoel, omdat hij als timmerman de kerk herhaaldelijk teveel had berekend voor herstelwerkzaamheden.

 

 
Volg ons ook op facebook https://www.facebook.com/Mariakerk.Oosterwijtwerd

Reageren is niet mogelijk